logo Federatie Dunne Plaat
Home Niet-verspanende bewerkingstechnieken Plaatmateriaal Gereedschappen Colofon
Niet-verspanende bewerkingstechnieken | Verbinden | Laserlassen HBO | Introductie

Introductie

In dit hoofdstuk zullen we globaal kennismaken met een aantal basisbegrippen en technische toepassingen van laser en laserlassen. De aard van dit hoofdstuk is algemeen en verkennend. Op een aantal plaatsen is er daarom bewust voor gekozen nog niet te veel in detail te treden, wat bij insiders misschien de indruk van oppervlakkigheid of incompleetheid wekt. In latere hoofdstukken komt dat goed; gaandeweg zullen steeds meer de puntjes op de laserlassen i worden gezet.

Lassen met een laserbundel trekt in toenemende mate de aandacht van de doorsnee ontwerper op het terrein van vervaardiging van allerlei moderne industriėle producten. Het lasserlassen vindt met name plaats als het over geautomatiseerde productielijnen -bijvoorbeeld in de automobielindustrie- of hoge snelheid en 'high- tech' lasprocessen gaat. Nauwkeurigheid, snelheid en brede inzetbaarheid staan voorop bij het toepassen van laserlassen.

Bron: Rofin Introduction to Industrial Laser Materials Processing

Laserlassen maakt gebruik van een laserstraal met een hoge vermogensdichtheid (10^5 tot 10^7 W/m^2). Voor het dieplassen is een vermogensdichtheid benodigd van groter dan 10 ^9 W/m^2. Deze mogelijkheid van de laser is de basisfactor geweest in het gebruik van laser voor lassen.


Laser is een acroniem voor:

Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation, ofwel


Versterking van licht door gestimuleerde stralingsemissie.


Laserlicht is zeer goed te focusseren. Bijvoorbeeld het vermogen van een CO2 laser met 2,6KW kan op een brandvlek van 0,15 mm gefocusseerd worden. Het gemiddelde vermogen bedraagt dan 15 megawatt per vierkante centimeter. Ter vergelijking: Een kookplaat heeft een gemiddelde vermogensdichtheid van 5,6 watt per vierkante centimeter. Een vermogensdichtheid van een laser is zo’n 2,7 miljoen keer hoger.


Bron Trumpf
Het laserlicht wordt opgewekt in een laserbron en vervolgens getransporteerd naar de laskop. Het transporteren van de laserstraal kan afhankelijk van het lasertype gebeuren met afbuigblokken (soort spiegels) of met fiber (glasvezelkabel). De laatste mogelijkheid vereist dat de golflengte van de uitgevoerde laserbundel rond de 1,06 µm ligt (diode laser kan ook worden ingekoppeld in een fiber = 0,808 µm!) moet zijn en dus binnen het bereik van de golflengten van de glasvezelkabels waar lage straalverzwakken met afstand -in de orde van honderd meters- plaats vindt. In het focusseeroptiek het laserlicht zo gebundeld dat er mee gelast kan worden.

Het laserlassen is in feite een kwestie van een nauwkeurige balans tussen de warmte, invoer en -uitvoer in het gesmolten metaal (lasbad). Deze dient stabiel te blijven tot dat het stollingtraject voorbij is. De gewenste badgrootte is afhankelijk van de toepassing van de lassen. Een lasverbinding ontstaat door de laserbundel en daarmee het smeltbad over de te verbinden delen te bewegen. Lasdefecten zijn meestal een gevolg van een niet-stabiel lasbad.


Meer informatie:
Laser state of the art, Prof. dr. ir. Johan Meijer, Universiteit Twente, 2005.

Meer informatie is opgenomen in de volgende paragrafen:

1.1 Introductie

1.2 Toepassingen

1.3 Techniekvergelijking

1.4 Bijzondere varianten

1.5 Andere laserbewerkingen en toepassingen


terug  |  print

zoeken