logo Federatie Dunne Plaat
Home Niet-verspanende bewerkingstechnieken Plaatmateriaal Gereedschappen Colofon
Niet-verspanende bewerkingstechnieken | Omvormen | Vrijbuigen | Introductie | vrijbuigen

Vrijbuigen, bron FDPterug


Vrijbuigen

Bij het vrijbuigen drukt het bovengereedschap de plaat tot een vooraf ingestelde diepte in de V-opening van de matrijs, zonder daarbij de flanken en de bodem te raken. Er is sprake van een driepunts-buiging (punten a en b op de inloopradii van de matrijs en punt c tussen stempelradius en plaat).

De punthoek van het bovengereedschap en de openingshoek van het ondergereedschap hoeven niet gelijk te zijn.


Vergrote radius buigen

Ook kunnen we een vergrote radius buigen met behulp van een radiusstempel. De radius van de stempel (Rs) is groter dan de natuurlijke buigradius Ri, welke ten gevolge van de versteviging van het materiaal ontstaat.
vrijbuigen, bron Ahrend




Voordelen van vrijbuigen:

  • relatief geringe krachten noodzakelijk;
  • met één combinatie van gereedschappen kunnen verschillende
    buighoeken gerealiseerd worden (door de indringdiepte van Y
    aan te passen).

Nadelen van vrijbuigen:

  • relatief grote terugvering;
  • kleine afwijkingen in gereedschap (slijtage) en materiaal-
    diktevariaties hebben grote invloed op de te realiseren
    buighoek.


Werkvolgorde van vrijbuigenStap 1, bron SOM

1. De stempel komt vanuit het bovenste dode punt (BDP) en gaat met hoge snelheid omlaag
tot het omschakelpunt (valsnelheid). De beginpositie van de buiging ligt bij het BDP.

OSP = omschakelpunt tot een instelbare perssnelheid
ODP = onderste dode punt

Dit is nodig omdat anders de plaat beschadigd wordt door de aanslagen. Ook de
machine kan beschadigd worden, vooral bij dikkere plaat. Het onderste dode punt
wordt door de machinebesturing berekend vanuit de geprogrammeerde openingshoek
in het buigprogramma.

2. Bij het omschakelpunt gaat de snelheid omlaag tot een meer veilige buigsnelheid. De
buigsnelheid moet naar de omstandigheden worden aangepast. Stap 1

3. Daarna moet bij sommige producten de plaat eerst geklemd en de achteraanslag teruggetrokken
worden. Hiernaast zien we het zogenaamde klempunt.

4. Dan gaat het bovenmes naar het onderste dode punt. Dit punt is afhankelijk van de gewenste buighoek
en zeer nauwkeurig in te stellen (op 0,01) om reproduceerbaar te kunnen werken.

5. We buigen het materiaal iets verder dan de gewenste hoek. Dit is vanwege de terugvering. Na de
terugvering dient de gewenste hoek bereikt te worden. Bij afwijkingen wordt het ODP aangepast.


stap 2, bron SOM Stap 3, bron SOM stap 4, bron SOM stap 5, bron SOM
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5



Terugvering
Achteraanslag, bron FDP
Een gedeelte van het materiaal (op de buigdoorsnede) blijft
in het elastische gebied waardoor het materiaal na de buiging
zal terugveren. Om een gewenste buighoek te realiseren zal
men de indringdiepte Y van de stempel groter moeten nemen.

Deze terugvering is afhankelijk van:

  • het soort materiaal
  • de buighoek
  • verhouding Ri/s (bij een kleine verhouding bevindt zich verhoudingsgewijs minder materiaal in de elastische zone).


Klik hier voor een filmpje over de terugvering en de achteraanslag
 
 

vrijbuigen, bron Ahrend

Buigradius

Bij vrijbuigen ontstaat een natuurlijke buigradius in het product. Een voorwaarde hiervoor is dat de gebruikte stempelradius < dan de natuurlijke buigradius aan de plaat. Deze natuurlijke inwendige buigradius (Ri) is afhankelijk van:

  • de eigenschappen van het te buigen materiaal
  • de gebruikte V-opening

Groefbreedte, bron SOMUit proeven blijkt dat voor de volgende materialen een natuurlijke buigradius
(voor hoeken van /- 900) wordt gevormd door het verstevigingseffect van
het materiaal:
  • staal (ongelegeerd) - 0,16 x w (w = breedte van de V-groef)
  • rvs - 0,2 x w
  • aluminium (zacht) - 0,1 x w

Voorkeurstabel:

Plaatdikte (s)
0,5 - 2
2,5 - 4,5
> 5
Stempelradius
0,8
2
4


Gek genoeg speelt de dikte van het materiaal (s) op de inwendige buigradius nauwelijks of geen rol. De uitwendige buigradius is natuurlijk wel afhankelijk van de dikte, omdat Ru = Ri s.

Bij grote openingshoeken (kleine buighoeken) zal de inwendige buigradius iets groter zijn. Bij kleinere openingshoeken (grotere buighoeken) zal deze iets kleiner uitvallen.
Buigen van doosvormige producten


Keuze van de V-groefbreedte (w):

  • staal: 6s tot 10s (s = materiaaldikte)
  • rvs 8s tot 12s
  • aluminium 4s tot 8s


In de praktijk wordt voor alle materialen gekozen voor w = 8s. Een nadeel
bij w = 8s dat de slijtage van de gereedschappen wel veel groter is in
verhouding tot staal.

Kiest men bij rvs voor 10s dan verkrijgt men een grotere V-opening. Door Ri = 0,2 x w Buigen van doosvormige producten
te kiezen ontstaat een veel grotere inwendige buigradius in vergelijking tot
staal. 

Voor het buigen van aluminium wordt ook vaak gekozen voor w = 8s. Bij
het buigen van kleine radii in aluminium wordt gekozen voor het buigen met een zeer lage perssnelheid om de vezels voldoende gelegenheid te geven te rekken (anders ontstaan er scheuren in de buitenradius).

Voor het buigen van doosvormige producten wordt noodzakelijkerwijs gebruik gemaakt van zowel gedeelde bovenstempels als matrijzen. De gereedschapsleveranciers hebben een dusdanige verdeling gemaakt dat
elke gewenste lengte op 5 mm kan worden bereikt.


Vrijbuigen, bron FDP
Vrijbuigen, bron FDP Vrijbuigen, bron FDP

top
volgende

terug  |  print

zoeken